Martin Valkenburg: “De energietransitie begint dichtbij huis”

Martin Valkenburg
De energietransitie klinkt al snel als iets groots en ingewikkelds. Maar voor Martin Valkenburg begint de verandering juist heel dichtbij. Aan de keukentafel bij een bewoner die zijn woning wil isoleren, bijvoorbeeld. Of bij een ondernemer die lokaal opgewekte energie wil delen. “De energietransitie is voor ons geen abstract begrip, maar iets waar we iedere dag heel concreet aan werken.”

Martin van energiecoöperatie Wattnu, die zich inzet om de energietransitie in Gooise Meren te versnellen. Zijn werk brengt hem bij bewoners, bedrijven, verenigingen, scholen en maatschappelijke instellingen. “We werken aan energiecoaching, warmtescans en isolatieprojecten, maar ook aan collectieve zonnedaken, lokaal energie delen en nieuwe warmteoplossingen, zoals het Warmtenet Muiderberg.”

Daarbij gaat het volgens Martin niet alleen om techniek. Ook bewustwording, educatie en samenwerking zijn belangrijk. “Voor ons betekent de energietransitie vooral dat je grote klimaat- en energiedoelen vertaalt naar haalbare stappen dichtbij huis.”

Slimmer omgaan met het elektriciteitsnet

Een van de grootste uitdagingen die Martin in zijn werk tegenkomt, is netcongestie. Het elektriciteitsnet heeft op veel plekken onvoldoende capaciteit om de groeiende vraag naar elektriciteit en de toenemende lokale opwek aan te kunnen. “Terwijl we steeds meer willen elektrificeren en lokaal duurzame energie willen opwekken, kan het bestaande stroomnet die groei niet altijd bijbenen. Dat raakt zowel inwoners als bedrijven en kan nieuwe verduurzamingsprojecten vertragen.”

Toch ziet Martin hierin ook een kans om het energiesysteem slimmer te organiseren. Met projecten als Wattdelen en Gooimeer Energie onderzoekt Wattnu hoe lokaal opgewekte energie zoveel mogelijk lokaal kan worden gebruikt en gedeeld. Ook het delen van aansluitcapaciteit kan helpen om ruimte te creëren in gebieden waar het net vol zit.

Daarbij is het volgens Martin belangrijk om niet af te wachten. “Wachten totdat de problemen echt zichtbaar worden, betekent dat we te laat zijn. Oplossingen duren namelijk jaren. De uitdaging is om mensen te motiveren om proactief te handelen, nog voordat de problemen zichtbaar worden.”

Dat vraagt veel van Wattnu. Het aantal en de complexiteit van projecten groeit, terwijl de organisatie werkt met een relatief klein kernteam en een grote groep vrijwilligers. Ook veranderende wet- en regelgeving en het betrekken van inwoners en ondernemers vragen voortdurend aandacht.

Van zonnepanelen naar een lokaal energiesysteem

Waar Martin vooral kansen ziet, is in de ontwikkeling van slimme, lokale energiesystemen. De energietransitie gaat volgens hem steeds minder alleen over zonnepanelen of isoleren. Het gaat ook over de manier waarop we energie opwekken, gebruiken, delen en vraag en aanbod op elkaar afstemmen.

Wattdelen is daar een voorbeeld van. Ondernemers kunnen lokaal opgewekte stroom rechtstreeks met elkaar delen binnen een energiegemeenschap. Met Gooimeer Energie werken ondernemers, bedrijvenvereniging FIN, de gemeente en Wattnu daarnaast aan een energyhub om de beschikbare netcapaciteit slimmer te benutten.

Ook het Warmtenet Muiderberg, collectieve zonnedaken en solar carports laten zien dat nieuwe oplossingen steeds concreter worden. Maar de belangrijkste ontwikkeling vindt Martin misschien wel de samenwerking die daardoor ontstaat. “Bewoners, bedrijven, maatschappelijke organisaties, gemeente en energiecoöperatie werken steeds vaker samen aan één lokaal energiesysteem. De energietransitie moeten we niet alleen technisch oplossen, maar ook lokaal organiseren en samen eigenaar worden van de oplossing.”

Niemand kan het alleen

Samenwerking is voor Martin dan ook een absolute voorwaarde. Wattnu verbindt inwoners, bedrijven en instellingen met de gemeente, netbeheerder, energieleveranciers en andere maatschappelijke en technische partners.

Met de gemeente Gooise Meren werkt Wattnu onder meer samen aan isolatie, energiearmoede, duurzame opwek, Gooimeer Energie en het Warmtenet Muiderberg. Daarnaast zijn bewoners, bedrijven, verenigingen, woningcorporaties, maatschappelijke organisaties en scholen belangrijke partners.

Gooimeer Energie laat volgens Martin goed zien waarom die samenwerking nodig is. “Door ondernemers, bedrijvenvereniging FIN, gemeente en Wattnu bij elkaar te brengen, kunnen we lokaal opgewekte energie delen en de beschikbare netcapaciteit slimmer benutten.”

Zijn eigen rol ziet hij daarbij vaak als aanjager en verbinder: partijen bij elkaar brengen, belangen verbinden en plannen vertalen naar concrete lokale projecten. “Geen enkele partij kan de energietransitie alleen realiseren. Juist door kennis, capaciteit en lokaal eigenaarschap te bundelen, kunnen we van ambitie naar uitvoering komen.”

Van consument naar mede-eigenaar

Als Martin vooruitkijkt naar de komende vijf tot tien jaar, hoopt hij dat de energietransitie een vanzelfsprekend onderdeel is geworden van de lokale samenleving. Woningen zijn goed geïsoleerd, buurten zijn minder afhankelijk van aardgas en een groter deel van de energie wordt lokaal en duurzaam opgewekt én gebruikt.

Maar zijn toekomstbeeld gaat verder. Hij ziet een lokale energiegemeenschap waarin inwoners, bedrijven en instellingen zelf een actieve rol spelen. Energie wordt zoveel mogelijk dichtbij huis opgewekt, gedeeld en gebruikt, in lokaal eigendom en tegen eerlijke en voorspelbare prijzen. “Het liefst zie ik dat inwoners over vijf tot tien jaar niet alleen consument van energie zijn, maar mede-eigenaar van het lokale energiesysteem.”

Projecten als Wattdelen, Gooimeer Energie, lokale zonneprojecten en het Warmtenet Muiderberg zijn dan geen pioniersprojecten meer, maar voorbeelden van hoe energie in Gooise Meren normaal wordt georganiseerd.

Eén wens voor het Rijk

Als Martin één belemmering direct zou mogen schrappen, weet hij ook wat dat is: meer financiële ondersteuning vanuit het Rijk voor energiecoöperaties. Daarmee kunnen zij de ontwikkeling en uitrol van energiegemeenschappen versnellen. Want volgens Martin ligt juist lokaal een belangrijke sleutel tot de energietransitie: dichtbij inwoners, bedrijven en instellingen, met ruimte voor samenwerking en lokaal eigenaarschap.